Antwerpen

(for English... scroll down)
(voor de foto's, zie onderaan | for the pictures, scroll down)

Antwerpen (Frans: Anvers) is de hoofdstad van de provincie Antwerpen en van het gelijknamige arrondissement, in België. Antwerpen telt circa 521.600 inwoners (2018) en is daarmee qua inwonertal de grootste gemeente van België. Naar oppervlakte is het de op twee na grootste gemeente, na Doornik en Couvin.
De stad ligt grotendeels op de rechteroever van de Schelde en heeft een uitgestrekt havengebied met internationaal vrachtvervoer. Het is na Rotterdam de tweede grootste haven van Europa. Van groot economisch belang is de petrochemische bedrijvigheid bij Antwerpen. De stad is ook een wereldcentrum voor diamanthandel.
Antwerpen is tevens de hoofdplaats van het kieskanton Antwerpen. De gemeente zelf telt 12 gerechtelijke kantons. De stad is ook zetel van het rooms-katholieke bisdom Antwerpen en het Anglicaanse aartsdekenaat Noordwest-Europa.

De inwoners van Antwerpen worden soms Sinjoren genoemd, naar het Spaanse woord señor. De stad zelf wordt door sommige van haar inwoners afgekort 't Stad en soms de koekenstad genoemd, dit laatste eerst wegens de peperkoeken in de zestiende eeuw en later vanwege de vele koekenfabrieken in Antwerpen. De Beukelaer en Parein waren daarvan de bekendste.

Het toponiem "Antwerpen" wordt toponymisch en archeologisch wel verklaard uit de naam die gegeven werd aan de plaats van de eerste nederzetting bij de 'anda verpa', wat Germaans is voor 'aangeworpen gronden', in een bocht van de rivier. Een werf is dan hetzelfde als het Friese woord terp en het Groningse wierde.
Volgens de classicus Alfred Michiels is Antwerpen oorspronkelijk een Keltische naam. In de Vita Eligii uit de 7de eeuw staat Andouerpis als oudste naam voor de wijde regio rond de huidige stad. De naam Antwerpen zou Zij die aan beide oevers wonen betekenen.

Midden op de Grote Markt van Antwerpen staat de Brabofontein met een bronzen beeld van Silvius Brabo, die een grote hand wegwerpt. Een sage uit de 15e eeuw vertelt dat in het land van de Schelde omstreeks het begin van onze tijdrekening een reus, Druon Antigoon, heerste, die van elke schipper een zware tol eiste om over de Schelde te mogen varen. Wanneer een schipper weigerde te betalen werd hem de hand afgehakt. Een Romeinse krijger, Silvius Brabo, bevocht, overwon en doodde de reus, hakte op zijn beurt diens hand af en wierp hem in de Schelde. Het bevrijde volk noemde de stad Antwerpen, van 'hand werpen'. De legende over de reus ontstond mogelijk na de vondst van onverklaarbaar grote beenderen, die later walvisbotten bleken te zijn.

Omstreeks 1400 was Antwerpen nog een betrekkelijk kleine stad, met nog geen 10.000 inwoners. In 1500 had de stad ongeveer 50.000 inwoners, omstreeks 1560 werd het aantal van 100.000 bereikt. Onder keizer Karel V was Antwerpen de belangrijkste handelsstad in Europa benoorden de Alpen. Hand in hand met de toenemende welvaart ging een ongekende culturele bloei. Vooral de schilderkunst nam een hoge vlucht in de zestiende en zeventiende eeuw. Door de vele invloeden kreeg ook eerst het lutheranisme, door de augustijnen in Sint-Andries en op het Kiel, en later vanaf eind 16e eeuw vooral het calvinisme, met hagenpreken te Berchem en Borgerhout, grote aanhang in de stad. Bij een omstreeks 1580 door stadhouder Willem van Oranje georganiseerde godsdiensttelling bleek 33% van de bevolking aanhanger te zijn van het calvinisme, 17 % nog van het lutheranisme en 50 % van de katholieke Kerk.

De troebelen van de opstand tegen Spanje hebben de stad grote schade berokkend. In 1576 werd de stad geplunderd door muitende Spaanse huursoldaten, die in de Spaanse Furie 7.000 burgers vermoordden.

De stad sloot zich vervolgens aan bij de Pacificatie van Gent en was gedurende de komende negen jaar min of meer de hoofdstad van de anti-Spaanse opstand. In 1585 werd Antwerpen door de Spaanse stadhouder Alexander Farnese veroverd na een beleg dat meer dan een jaar had geduurd. Na die verovering ontstond een migratiestroom uit Antwerpen en is ongeveer de helft van de bevolking naar Middelburg en Holland vertrokken. Het bevolkingscijfer daalde van ongeveer 80.000 tot 42.000. Hollandse en Zeeuwse schepen versperden de Scheldemonding en sloten zo de in Spaans bezit zijnde stad af van de overzeese handel. De bloei van Antwerpen in handel, kunsten en wetenschappen verplaatste zich en werd verder in de Gouden Eeuw in de noordelijke Nederlanden ontwikkeld.

In de komende twee eeuwen zou Antwerpen weliswaar niet meer de bloei van de voorafgaande periode bereiken, maar het zou overdreven zijn te zeggen dat de stad wegkwijnde. Zij bleef een van de belangrijkste economische en culturele centra van de Spaanse en later Oostenrijkse Nederlanden. Zij bracht in haar eigen Gouden Eeuw grote schilders voort als Rubens, Jordaens en Teniers. Als rooms-katholiek bolwerk in de Contrareformatie kwamen er grootse kunst- en bouwwerken tot stand, voornamelijk in barokke stijl.